islant | Brood of principes?
21998
post-template-default,single,single-post,postid-21998,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.7,menu-animation-underline,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

Brood of principes?

Vandaag kwam ik op het schoolplein een bevriende architect tegen. Hij had weinig tijd voor een praatje, want morgen een belangrijke pitch voor een mogelijke nieuwe opdracht. Geïnteresseerd vroeg ik naar de opgave, maar hij kon er nog niet veel over zeggen. Behalve dat het gaat om een groot, nieuw kantoorgebouw. “O”, zeg ik, onschuldig, “kan dat nog wel, een nieuw kantoorgebouw?” Ik ben zelf een groot voorstander van hergebruik van leegstaand vastgoed en heb het recente pleidooi van onze nieuwe rijksbouwmeester vers in het geheugen, vandaar mijn automatische reactie. “Ja”, is het antwoord, “want dit is heel specifiek.” Ah. Juist. Maar dat is het altijd en dat is juist het probleem denk ik – en flap ik er ook meteen uit. Vandaar toch al die leegstand?! Omdat al die hele specifieke gebouwen op den duur niet meer voldoen. En dan ‘dus’ leeg komen te staan.
Ik zie de architect in kwestie staan en krijg met hem te doen, hij heeft het zichtbaar moeilijk met mijn opmerkingen, erger, hij begint zich een beetje te verontschuldigen. Ik en mijn grote mond…

Want wat doe je, als ontwerper in deze zware tijden? Ik weet dat hij het – net als velen – al jaren heel moeilijk heeft. Zo’n mooie opdracht zou een uitkomst zijn. Dus, als je dan gevraagd wordt voor een groot nieuwbouw kantoor, ja, dan ga je je potentiële opdrachtgever natuurlijk niet vertellen dat er zoveel leegstand is, dat het eigenlijk totaal onverantwoord is daar nog meer vierkante meters aan toe te voegen. Dus waar blijf je met je principes als het om je broodwinning gaat? Een dilemma waar we allemaal wel eens mee te maken krijgen en hoe ga je daar op een goede manier mee om?

Een aantal jaren geleden hadden wij ermee te maken toen we de vraag kregen om te solliciteren voor het stedenbouwkundig supervisorschap voor de uitbreiding van een nieuw bedrijventerrein bij Purmerend. Wij konden ons helemaal niet vinden in de stedenbouwkundige plannen die er al lagen. De crisis was net volop losgebarsten en wij zagen geen brood in de gekozen aanpak. We stelden dus een andere aanpak voor, meer stapsgewijs en met een organisch, ruimtelijk groeimodel passend bij de landschappelijke omgeving. Niet geheel verrassend kregen we de opdracht niet. Spijt? Ja. Nee. Ik weet het eigenlijk niet. We konden het ons op dat moment eigenlijk helemaal niet veroorloven om zo principieel te zijn. En je kunt je afvragen wat je ermee wint, gebouwd wordt er toch wel. Maar aan de andere kant vind ik het wel een relevante afweging bij opdrachten: willen we aan dit project de naam van ons buro verbinden? Hoe geloofwaardig wil je zijn? En hoe creëer je ruimte om een opgave bij te sturen in een richting die wel past bij je overtuigingen? Ik ben benieuwd hoe andere ontwerpers daarmee omgaan: waar kies jij voor, brood of principes?

Plaats een reactie