islant | Waarom de ‘regio’ juist níet moet verstedelijken!
21970
post-template-default,single,single-post,postid-21970,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.7,menu-animation-underline,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

Waarom de ‘regio’ juist níet moet verstedelijken!

Niet iedereen kan in Amsterdam wonen. De regio is een logisch alternatief. Hoe creëren we stedelijke woonmilieus buiten de stad? Dit is de prikkelende stelling in de aankondiging van het programma Bouw Woon Leef #6 in pakhuis de Zwijger. Nadere bestudering van het programma en de sprekers van de avond zorgt voor een ongemakkelijk gevoel. Dit is geen stelling, dit is een uitgangspunt waar we het een avond lang over mogen hebben. Sterker. Dit is een campagne. Het gaat over ‘de kansen van de regio’! Hoe zorgen ‘we’ voor een ‘stedelijk gevoel’ in steden (!) zoals Zaanstad en Purmerend. Zodat een vertrek uit de stad aantrekkelijker wordt voor de Amsterdammer. Niet iedereen kan tenslotte in Amsterdam wonen. En de regio moet dat gemis verzachten. Door ‘stedelijker’ te worden.…  Echt?

Er circuleren filmpjes met interviews van mensen die de stap al gewaagd hebben. Zeer naar tevredenheid, zo beamen alle geïnterviewden. Want: in de regio krijg je nog woning voor je geld! In de regio vind je nog de ruimte, authenticiteit én zijn de (groot)stedelijke voorzieningen ook nog binnen bereik. Juist. En daarom spreekt de campagne zichzelf tegen en slaat deze ‘stelling’ volledig de plank mis! De regio ís nu al een aantrekkelijk alternatief voor Amsterdammers (en anderen die in de metropoolregio willen wonen). Natuurlijk is er nog ruimte voor verbetering, maar vanwaar toch die roep om méér stedelijke woonmilieus?

Gezien de line-up van de avond zal het gesprek voor een belangrijk deel over Zaanstad gaan. Dat is geen verrassing. Sinds de ‘schaalsprong’ van Almere van de baan is, richt ruimtelijk ordenend Amsterdam zich op een samenwerking met Zaanstad. En terecht, daar valt voor beiden veel te winnen. Voor Amsterdam de rechtstreekse en bijzondere relaties die te leggen zijn met het grote, groene en waterrijke cultuurlandschap: veel Hollandser wordt het niet. Voor Zaanstad betekent aanhaken aan de Amsterdamse netwerken een stevige impuls voor de ontwikkeling van onder andere de Zaanoevers. En juist die Zaanoevers leveren zo’n belangrijke bijdrage aan de ‘couleur locale’ binnen de regio. Die eigenwijze gebieden met het rijke, industriële erfgoed en de krankzinnige mix van functies, groot en klein. Extreem stedelijk, kleinschalig dorps en weids landschappelijk: het gaat allemaal samen en het zijn precies dit soort bijzondere, lokale kwaliteiten, die meerwaarde toevoegen aan de regio.Vanwaar dan toch die wens om overal een saus van ‘stedelijkheid’ overheen te willen leggen?

Al vanaf ca 1650 is de Zaanstreek, als een van de stedelijk centra in de Nederlanden, qua omvang en economisch belang vergelijkbaar met Haarlem of Delft. Ook al is er geen sprake van een hoge woondichtheid [1]. Pas ver ná de bestuurlijke samenvoeging in 1974 ontstaat er enige ruimtelijke hiërarchie in het ruimtelijk systeem, als Zaandam zich stukje bij beetje ontwikkelt tot het stedelijk centrum van Zaanstad. Het recent gerealiseerde centrumplan Inverdan markeert in beeld en uitstraling de status van de oude kern Zaandam als het bestuurlijk, cultureel, uitgaans- en voorzieningencentrum van Zaanstad, maar heeft daar in programmatische zin weinig extra, stedelijke kwaliteit aan toegevoegd. Behalve dan woningen, lees: verdichting. Is dat dan de gewenste verstedelijking waar het hier over gaat?

Bijna alle (potentiële) ontwikkel-locaties in Zaanstad en vooral langs de Zaanoevers zijn complexe transformatiegebieden. Deze gebieden zullen niet in één klap, maar gedurende een proces van jaren verkleuren. Dat vraagt om maatwerk, een per locatie verschillende aanpak en om ingrepen met een chirurgische precisie, die inspelen op de essentie van de plek en die versterken. Dit verhoudt zich soms, maar lang niet altijd met de wens om de stad dichter, ‘stedelijker’ te maken. Maar dat verhoudt zich vooral slecht tot de wens om snel en in grote hoeveelheden te kunnen bouwen. Is dat wat onder ‘verstedelijken’ verstaan wordt?

Niet voor niks gonst er al geruime tijd de wens/opgave vanuit de regio om 20.000 woningen in de Zaanstreek te bouwen. Als dat de achtergrond van de ‘stelling’ is, dan zou Zaanstad er goed aan doen, zélf te bedenken hoe zij tegen die wens/opgave aankijkt. Wil de stad deze -toch wel forse- aantallen faciliteren? En zo ja, hoe, waar, wanneer? Welke kwaliteiten wil zij voor de toekomst behouden? De mensen die uit Amsterdam vertrekken en voor Zaanstad kiezen, kiezen voor ruimte en karakter. Zaanstad (en de andere gemeenten in de regio) zou juist en vooral moeten inzetten op het behoud van die eigen sfeer en karakter én op het behoud van die ruimte, een steeds schaarser wordend goed in de regio! Zet in op het versterken van de kwaliteit van het open gebied, verbeter de openbare ruimte en koester erfgoed, innovatie en culturele voorzieningen. Als Zaanstad aantrekkelijk wil zijn en blijven voor mensen die in Amsterdam niet terecht kunnen, dan moet ze zichzelf opnieuw uitvinden en verbeteren en vooral geen kloon van Amsterdam worden!

[1] Bijzonder aan de Zaanstreek is het gespreide, netwerkachtige karakter van de verstedelijking, volgens Maurits de Hoog een uniek voorbeeld van het principe van open verstedelijking.

Plaats een reactie